-
101 kennen
1 [algemeen] connaître2 [+ in][raadplegen] consulter (qn.)♦voorbeelden:zich als een bekwaam man doen kennen • se révéler (un homme) compétent〈 figuurlijk〉 laat je niet kennen! • ne te dégonfle pas!iemand beter leren kennen • (apprendre à) mieux connaître qn.zij hebben elkaar in België leren kennen • ils se sont connus en Belgiquemen zal mij nog leren kennen • on verra de quel bois je me chauffeiemand niet willen kennen • ignorer qn.ons kent ons • nous sommes, ils sont de la même raceken uzelf! • connais-toi toi-mêmedan ken je me nog niet • là, tu ne me connais pas encoreiemand van naam kennen • connaître qn. de nomte kennen geven dat … • faire savoir que …een wens te kennen geven • manifester un désir -
102 kleren
♦voorbeelden:1 iemand de kleren van het lijf scheuren • arracher les vêtements de qn.in zijn kleren schieten • enfiler ses vêtementsiemand in de kleren steken • habiller qn. (de pied en cap); 〈 figuurlijk〉 rouler qn.〈 figuurlijk〉 niet in iemands kleren willen zitten • ne pas vouloir être à la place de qn.dat glijdt langs mijn koude kleren af • cela ne me fait ni chaud, ni froiddie verwijten laten ze langs hun koude kleren afglijden • ces reproches glissent sur eux -
103 kool
♦voorbeelden:groeien als kool • pousser comme des champignons¶ iemand een kool stoven • jouer un tour à qn. -
104 kost
♦voorbeelden:de kosten van levensonderhoud • le coût de la vietegen hoge kosten • à grands fraisvaste kosten • charges fixesvrij van alle kosten • tous frais payésvrij van kosten • francobijdragen in de kosten • participer aux fraisde kosten dragen • supporter les fraisveel kosten meebrengen • entraîner de grosses dépenseskosten noch moeite sparen • ne pas épargner sa peineer zijn geen kosten aan deze onderneming verbonden • cette entreprise n'occasionne pas de fraisde kosten eruit halen • rentrer dans ses fraisiemand op kosten jagen • pousser qn. à la dépenseop kosten van het rijk, van de zaak • aux frais de l'Etat, de l'entrepriseniet op de kosten kijken • ne pas regarder à la dépenseop iemands kosten leven • vivre aux crochets de qn.uit de kosten zijn • être sorti des frais〈 spreekwoord〉 de kost gaat voor de baat uit • pour gagner de l'argent, il faut en dépenserde dagelijkse kost • l'ordinaireeenvoudige kost • cuisine simplezware kost • aliments bourratifsde kost verdienen • gagner sa vieik zou ze niet graag de kost willen geven, die … • ceux qui … sont légionaan de kost komen • gagner sa viebij iemand in de kost zijn • être en pension chez qn.wat doe jij voor de kost? • qu'est-ce que tu fais dans la vie?doe jij ook eens wat voor de kost! • mets la main à la pâte!ten koste van zijn leven • au prix de sa viegeestig zijn ten koste van iemand anders • faire de l'esprit aux dépens de qn. -
105 kwijt
1 [vrij van] libéré (de)2 [beroofd van] privé (de)3 [verloren hebbend] perdu♦voorbeelden:iets kwijt raken • perdre qc.ik wil hem best kwijt • je voudrais bien me débarrasser de luiik ben je liever kwijt dan rijk • moins je te vois, mieux je me portezijn pen is kwijt • il ne peut pas trouver son stylo¶ kan ik iets aan je kwijt? • je peux t'offrir quelque chose?hij zei niet meer dan hij kwijt wou • il n'a dit que ce qu'il voulait bien -
106 luisteren
1 [algemeen]écouter (qc.)2 [tersluiks trachten te horen] être aux écoutes♦voorbeelden:niet willen luisteren naar • fermer l'oreille àaandachtig luisteren • dresser l'oreilleluister eens • à proposde hond luistert naar de naam Tino • le chien répond au nom de Tinoluisteren naar goede raad • suivre les bons conseilsnaar de stem van zijn hart luisteren • écouter son coeurnaar rede luisteren • entendre raisonaan de deur luisteren • écouter aux portes→ link=oor oor -
107 lust
♦voorbeelden:1 tijd en lust ontbreken me om … • le temps et l'envie me manquent pour …de lust bekroop haar om … • l'envie la prit de …dat beneemt je de lust om … • c'est à vous dégoûter de …iemand de lust tot iets benemen • faire passer à qn. l'envie de qc.nergens lust in hebben • n'avoir goût à riende lust is mij vergaan • l'envie m'en est passéezijn lusten botvieren • assouvir ses passionswerken, dat het een (lieve) lust is • travailler de bon coeurhet is een lust om … • c'est un plaisir de …lust in het leven hebben • aimer la vieeen lust voor het oog zijn • être un régal pour les yeuxwel de lusten maar niet de lasten willen hebben • vouloir manger les raisins et laisser les pépins -
108 moeten
I 〈 hulpwerkwoord〉1 [algemeen] devoir2 [willen] vouloir♦voorbeelden:hij wist niet meer waar hij moest blijven • il ne savait plus où se mettredat moet je nog eens doen (als je durft)! • recommence (si tu oses)!zij moet vroeger een mooi meisje geweest zijn • elle a dû être (une) jolie fille dans le tempsdat moet gezegd (worden) • il faut le diremoet je eens horen • écoute(-moi ça)hij moest wel lachen • il ne pouvait pas s'empêcher de rirehet moest niet mogen • ça ne devrait pas existerdat moet je zo uitspreken • cela se prononce comme çahij moet zich (haast wel) vergist hebben • il a dû se tromperdat had je moeten zien! • tu aurais dû voir ça!het moet al heel slecht weer zijn, wil hij thuis blijven • il faut vraiment qu'il fasse très mauvais pour qu'il reste à la maisonhet heeft zo moeten zijn • ça devait arrivermoest (je) dat nou (doen)? • est-ce que c'était vraiment nécessaire (de faire ça)?het moet • il le faut〈 Algemeen Zuid-Nederlands〉 hoeveel moet ik u? • je vous dois combien?wat moet, dat moet maar • il faut ce qu'il fautzo moet (je) het niet (doen) • ce n'est pas comme cela qu'il faut faireik moet nodig • ça presseweg moeten • devoir partiralles moet weg • tout doit partiraan een bril moeten • devoir porter des lunetteseen heilig moeten • un devoir sacro-saintals het moet • s'il le faut2 moeten jullie niet eten? • n'alliez-vous pas manger?ik moest gapen van die film • ce film m'a fait bâillerhij moest en zou het hebben • il le lui fallait coûte que coûtewat moet je? • qu'est-ce que tu veux?wat moet dat? • qu'est-ce que c'est que ça?ze moet er even uit • elle a besoin de changer d'airwaar moet je heen (gaan)? • où est-ce que tu vas?¶ moest ik ziek worden, … • si je tombais malade, …II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [mogen, believen] vouloir (qc. de qn.)♦voorbeelden: -
109 mogen
I 〈 hulpwerkwoord〉1 [algemeen] pouvoir2 [reden hebben, moeten] falloir3 [m.b.t. toegeving] avoir beau♦voorbeelden:1 mag ik een kilo peren van u? • je voudrais un kilo de poires, s'il vous plaîtmag ik het zout van jou? • passe-moi le sel s'il te plaîtje mag dit rustig van mij aannemen • tu peux bien me croirehet mocht niet baten • ça n'a servi à rienmag ik bedanken? • je vous remerciemoge dit jaar u veel geluk brengen • puisse cette année vous être propiceer mag hier niet gerookt worden • il est interdit de fumer icimocht u iets nodig hebben, vraag het dan gerust • si vous avez besoin de qc., n'hésitez pas à le demanderik mag het hopen • j'ose l'espérerhet moest niet mogen • ça devrait être interditje mag erop rekenen dat … • tu peux être sûr que …als ik dat zo mag zeggen • si j'ose direik mag er niets over zeggen • je n'ai pas le droit d'en parlerhet heeft niet zo mogen zijn • il n'en a rien étéwaar mag hij wel zitten? • où a-t-il bien pu passer?alles mag toch maar vandaag de dag • tout est permis de nos joursvoor dit keer mag het • passe pour cette fois(-ci)mag ik even? • un instant, tu permets?, vous permettez?hij mag niet roken • le tabac lui est interditmag dat wel? • c'est permis?dat mag niet van haar moeder • sa mère ne le lui permet pasvandaag doe ik eens rustig aan, mag ik alsjeblieft? • aujourd'hui, je prends mon temps, si tu le permetsje mag je wel eens scheren • ça ne te ferait pas de mal de te raserje mag wel uitkijken • fais attentionwat een mooie jas! dat mag ook wel voor dat geld • quel beau manteau! c'est la moindre des choses pour le prix3 hij mag dan slim zijn, sterk is hij niet • il a beau être malin, il n'en est pas fort pour autantdat mag waar zijn, maar … • c'est peut-être vrai, mais …¶ ik mag doodvallen als ik het weet • que je meure, si je le saiszo mag ik het horen • ça fait plaisir à entendreiemand mogen lijden • apprécier qn.ik mag lijden dat ze slaagt • ce serait inespéré qu'elle réussissedat mocht je willen! • tu voudrais bien!hij mag er zijn • 〈 kwaliteiten〉 c'est un type bien; 〈 groot, flink van postuur〉 il ne passe pas inaperçu; 〈 knap〉 il n'est pas malhet mocht wat! • allons donc!ze mogen me hier niet zien • il ne faut pas qu'on me voie iciwij mogen niet vergeten dat … • nous ne devons pas oublier que …II 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [sympathiek vinden] aimer (qc., qn.)2 [Algemeen Zuid-Nederlands][lusten] aimer♦voorbeelden: -
110 naadje
-
111 nacht
♦voorbeelden:bij nacht en ontij • à une heure indueeen bange nacht • une nuit d'angoisseiemand goede nacht wensen • souhaiter (une) bonne nuit à qn.de hele nacht wakker liggen • ne pas fermer l'oeil de la nuitde zieke heeft een onrustige nacht gehad • le malade a passé une mauvaise nuitslapeloze nachten • nuits blancheshet is er nacht • il y fait noirde nacht valt • la nuit tombehet was nog nacht • il faisait encore nuiteen nachtje over iets willen slapen • (vouloir) réfléchir (à qc.) à tête reposéebij nacht, 's nachts • la nuitin de nacht • pendant la nuitzo lelijk als de nacht • laid à faire peurzo zwart als de nacht • noir comme du charbon〈 spreekwoord〉 bij nacht zijn alle katten grauw • la nuit, tous les chats sont gris -
112 onderst
-
113 oog
♦voorbeelden:het oog van de naald • le chas de l'aiguillemet andere ogen bekijken • voir (qc.) d'un autre oeileen blauw oog • un oeil au beurre noiriemand een blauw oog slaan • pocher un oeil à qn.(niet zichtbaar) met het blote, ongewapend oog • (imperceptible) à l'oeil nuhet boze oog • le mauvais oeilbruine ogen hebben • avoir les yeux marrondat is niet met droge ogen aan te zien • 〈 zonder tranen〉 on ne peut s'empêcher de pleurer; 〈 ongeroerd〉 c'est à faire pleurer les pierreseen glazen oog • un oeil de verregrote ogen opzetten • ouvrir de grands yeuxzijn ogen zijn groter dan zijn buik, maag • il a les yeux plus grands que le ventreiets met lede ogen aanzien • voir qc. d'un mauvais oeileen lui oog • un oeil paresseuxeen open oog voor iets hebben • être sensible à qc.geen oog dichtdoen • ne pas fermer l'oeilzijn ogen gebruiken • ouvrir l'oeilzijn ogen niet geloven, vertrouwen • ne pas en croire ses yeuxogen hebben van voren en van achteren • avoir des yeux derrière la têteoog hebben voor • avoir l'oeil pourzijn ogen in zijn zak hebben • avoir les yeux dans sa pochealleen oog hebben voor • n'avoir d'yeux que pourzij maakt haar ogen op • elle se fait les yeuxiemand de ogen openen • ouvrir les yeux à qn.de ogen openhouden • garder les yeux ouvertszich de ogen uit het hoofd schamen • mourir de hontehaar ogen schieten vuur • ses yeux lancent des éclairsde ogen ten hemel slaan • lever les yeux au ciel〈 figuurlijk〉 de ogen sluiten voor iets • fermer les yeux sur qc.zijn ogen uitkijken (aan iets) • ne pas détacher les yeux (de qc.)iemand de ogen uitkrabben • arracher les yeux à qn.iemand de ogen uitsteken • faire mourir qn. d'envieiemand de ogen uitsteken met zijn luxe • écraser qn. de son luxe〈 figuurlijk〉 iemand de ogen verblinden • éblouir qn.door iemands ogen zien • voir par les yeux de qn.door het oog van de naald kruipen • l'échapper belleoog in oog staan met • se trouver nez à nez avecheb je geen ogen in je hoofd? • tu n'as pas les yeux en face des trous?iemand recht in de ogen zien, kijken • regarder qn. en facemet de ogen spreken • avoir des yeux expressifsmet de ogen knipperen • cligner des yeuxiemand iets onder vier ogen zeggen • dire qc. à qn. entre quatre yeuxeen gesprek onder vier ogen • un tête-à-têteuit zijn ogen zien • 〈 opletten〉 ouvrir l'oeil (et le bon); 〈 op zijn hoede zijn〉 être sur le qui-vivevoor iemands ogen • sous les yeux (de qn.)groen en geel voor de ogen worden • être pris de vertigehet schemert mij voor de ogen • j'ai la vue troublezijn ogen aan iets te goed doen • repaître ses yeux de qc.zijn ogen uit zijn hoofd kijken • se repaître de, à la vue de (qc.)zijn ogen goed de kost geven • 〈 ironisch〉 ne pas avoir les yeux dans sa poche; 〈vooral m.b.t. mooie vrouwen〉 se rincer l'oeil〈 spreekwoord〉 oog om oog, tand om tand • oeil pour oeil, dent pour dent2 met een half oog iets zien • entrevoir qc.schele, scheve ogen maken, geven • faire des jalouxiemand met schele ogen aankijken • être jaloux de qn.het oog over iets laten gaan • promener son regard sur qc.〈 figuurlijk〉 het oog op iets laten vallen • avoir des desseins sur qc.zover het oog reikt • à perte de vue〈 figuurlijk〉 het oog slaan, laten vallen op iemand • jeter son dévolu sur qn.het oog treffen • frapper les yeuxaan het oog ontsnappen • se dérober à la vueiets aan het oog onttrekken • masquer qc. à la vuein het oog lopen • se faire remarquerin het oog lopend, vallend • manifestein het oog springen, vallen • sauter aux yeuxmet de ogen verslinden • dévorer (qn., qc.) des yeuxiets (de werkelijkheid) onder ogen zien • regarder qc. (les choses) en facede dood onder ogen zien • envisager la mortonder iemands ogen komen • se présenter devant qn.iets niet onder ogen willen zien • se mentir à soi-mêmeiets onder ogen hebben • avoir qc. sous les yeuxiemand iets onder het oog brengen • 〈 op iets wijzen〉 faire observer qc. à qn.; 〈 aan het verstand brengen〉 essayer de faire comprendre qc. à qn.op het oog • à première vuezo op het oog • à vue d'oeiliemand, iets op het oog hebben • avoir qn., qc. en vueuit het oog raken • disparaître (aux yeux)iets, iemand uit het oog verliezen • perdre qc., qn. de vue(ga) uit mijn ogen! • hors de ma vue!iets voor ogen stellen • 〈 doen zien〉 représenter qc.; 〈 een voorstelling hebben〉 se représenter qc.〈 figuurlijk〉 iets voor ogen houden • garder qc. à l'esprit〈 figuurlijk〉 iemand voor ogen staan • être présent à l'esprit de qn.〈 spreekwoord〉 uit het oog, uit het hart • loin des yeux, loin du coeurhij wierp, gooide zes ogen • il a jeté un six¶ in hun ogen betekent hij niet veel • à leurs yeux, il a peu de valeurmet het oog op • en vue demet het oog hierop • à cet effetiemand naar de ogen zien • ramper devant qn. -
114 oogje
♦voorbeelden:een oogje in het zeil houden • surveiller du coin de l'oeileen oogje houden op • tenir à l'oeil -
115 passen
1 [nauwkeurig sluiten] aller (bien)2 [+ bij][overeenstemmen] aller ensemble (avec)3 [toepasselijk zijn; schikken; gepast zijn] convenir4 [+ op][ervoor waken] s'occuper (de qn., qc.)5 [kaartspel] passer♦voorbeelden:de sleutel past niet goed in het slot • la clé ne rentre pas dans la serrurein elkaar passen • s'emboîterdat past niet in zijn denkwijze • cela ne cadre pas avec ses idéesde leiding past goed op de kraan • le tuyau est bien ajusté au robineteen stel dat slecht bij elkaar past • un couple mal assortidat past niet bij je leeftijd • ce n'est pas de ton âgedat past niet in de doos • ça n'entre pas dans la boîtedit past een man van wetenschap niet • ce n'est pas digne d'un homme de sciencedie taal past niet in de mond van kinderen • ce langage est déplacé dans la bouche d'un enfanthij past niet in deze omgeving • il détonne dans ce milieuwanneer past het u dat ik eens kom? • quand cela vous arrangerait-il que je passe vous voir?op de kinderen passen • garder les enfantsop zijn zaken passen • veiller à la bonne marche de ses affairesop het huis passen • garder la maisonzou je even op mijn spullen willen passen? • tu veux bien surveiller mes affaires un instant?ik pas • je passe→ link=tel telII 〈 overgankelijk werkwoord〉1 [nauwkeurig meten] mesurer (qc.) (avec précision)2 [precies genoeg betalen] faire l'appoint3 [juist plaatsen] ajuster4 [kijken of het goed zit] essayer♦voorbeelden:1 〈 figuurlijk〉 met veel passen en meten kwamen we eruit • cela n'est pas allé tout seul, mais nous y sommes arrivésdat is precies gepast • le compte y esthebt u het niet gepast? • vous n'avez pas la monnaie? -
116 per se
1 [absoluut] absolument2 [onvermijdelijk] forcément3 [op zichzelf] en soi-même♦voorbeelden:1 moet je nou per se herrie maken? • il faut vraiment que tu fasses tout ce bruit?iets per se willen • vouloir absolument qc. -
117 redden
1 [algemeen]sauver (qn.)2 [+ het][gedaan krijgen] s'en tirer♦voorbeelden:de situatie redden • sauver la situationII 〈wederkerend werkwoord; zich redden〉1 [zich kunnen handhaven] se débrouiller♦voorbeelden: -
118 repertoire
♦voorbeelden:dat staat niet op zijn repertoire • 〈 niet kunnen〉 ce n'est pas dans ses cordes; 〈 niet willen〉 il n'en a pas la moindre intention -
119 risico
♦voorbeelden:op eigen risico • à mes, tes, ses (etc.) risques et périlsbetreden op eigen risico • limite franchie à ses risques et périlsrisico dragen • assumer des responsabilités financièreshet risico lopen (van) • courir le risque (de)dat blijft voor uw, voor eigen risico • c'est à vos risques et périlsgeen risico op zich willen nemen • ne pas vouloir prendre de responsabilités -
120 ruilen
1 [inwisselen] échanger (qc. contre, pour qc.)♦voorbeelden:1 zullen we ruilen? • on change?1 [verwisselen van toestand] changer (avec)♦voorbeelden:met iemand van plaats ruilen • changer de place avec qn.het ruilen • le changement
См. также в других словарях:
Willen (Wittmund) — Willen Stadt Wittmund Koordinaten … Deutsch Wikipedia
Willen — is a district of Milton Keynes, England and is also one of the ancient villages of Buckinghamshire to have been included in the designated area of the New City in the 1960s. The original village is now a small but important part of the larger… … Wikipedia
Willen — steht für Wille, ein die Handlungen bestimmendes Streben Willen (Wittmund) ein Ortsteil der Stadt Wittmund Willen (Milton Keynes) ein Distrikt von Milton Keynes, England Siehe auch: Wiktionary: Willen – Bedeutungserklärungen,… … Deutsch Wikipedia
WILLEN, JOSEPH — (1897–1985), U.S. social welfare and fund raising executive. Born in Kushnitsa, Russia, Willen immigrated to the U.S. in 1905. He served in the U.S. Army in World War I. Subsequently he joined the staff of the Federation of Jewish Philanthropies… … Encyclopedia of Judaism
Willen Dick — Voller Name Willen Dick (Wilhelm Dick) Nation Tschechoslowakei … Deutsch Wikipedia
Willén — ist der Familienname folgender Personen: Liselott Willén (* 1972), schwedische Krimi Schriftstellerin Niklas Willén (* 1961), schwedischer Dirigent Siehe auch: Willen Diese Seite ist eine … Deutsch Wikipedia
Willen Dick — Décès 1947 Nationalité Tchécoslovaquie … Wikipédia en Français
willen — Präp. (Aufbaustufe) mit Rücksicht auf jmdn. oder etw. Beispiel: Wir haben das um des lieben Friedens willen getan … Extremes Deutsch
Willen Dick — (died 1947) was a Czechoslovakian ski jumper who competed in the 1920 s. He won two ski jumping medals at the FIS Nordic World Ski Championships with a gold in 1925 and a silver in 1927.At the 1926 FIS Nordic World Ski Championships he competed… … Wikipedia
willen — willen:um...w.:⇨wegen(1) … Das Wörterbuch der Synonyme
Willen — Willen … Deutsch Wörterbuch